Stockholm: Bert Segier

Maandag 12 oktober 2015 — Bert Segier (lid van WG Congres en WG Internationaal en oud-voorzitter van JONGCD&V Ieper) werkt momenteel als consultant voor een internationale organisatie in Den Haag. Eerder dit jaar werkte hij als communications officer voor een andere internationale organisatie, in Zweden. We vroegen hem een balans op te maken van zijn verblijf in Vikingland.

Stockholm is een relatief dure stad, in vergelijking met de prijsstandaarden in België. Qua basisvoeding kost alles er toch minstens een euro meer. Dranken met meer dan 3,5% alcohol zijn niet goedkoop en al zeker niet op café en restaurant. Voor een stevige pils betaal je daar algauw 7 à 8 euro. Het openbaar vervoer is uitstekend, maar ook dit heeft z’n prijs. Iets huren is hier niet alleen erg duur; het is ook moeilijk om iets te vinden, aangezien de huurmarkt oververzadigd is. Een appartementje kopen, laat staan een huis, is voor velen in Stockholm ronduit onbetaalbaar. Toch heeft dit niks met een tekort aan ruimte te maken in Zweden: er zijn werkelijk duizenden en duizenden hectaren parken en bossen, zelfs even buiten Stockholm kun je hier al ten volle van genieten. Zweden is 15 keer groter dan België en telt een miljoen minder inwoners: ruimte zat!

“Zweden, en bij uitbreiding het vaak bejubelde Scandinavische maatschappijmodel, beleeft een scharnierperiode”

Zweden zijn door de band genomen erg trotse mensen, met een duidelijke visie en uitgesproken mening. Ik noem hen ook wel eens Noorderlanders, de Nederlanders van het Noorden, want er valt wel iets te zeggen over het trots uitdragen van hun cultuur en taal. Toch zijn Zweden dan weer eerder gereserveerd bij toevallige ontmoetingen, bijvoorbeeld op straat of in de metro. Ook wacht bijvoorbeeld iedereen altijd geduldig in de rij (een ‘nummertje trekken’ is er echt heilig) en is er over het algemeen duidelijk respect in en voor de publieke ruimte. Fietsen gebeurt steevast met een helm, CEO met strak pak incluis. Men is erg omzichtig met het publiek verkopen van alcohol. Anderzijds is het cultureel gemeengoed om op Midsommernacht, ’s zomers kortste nacht, eens collectief erg diep in het glas te kijken en door het rood licht wandelen lijkt stevig ingeburgerd. Die dubbele socio-culturele laag is soms verwarrend.

Het lijkt of Zweden, en bij uitbreiding het vaak bejubelde Scandinavische maatschappijmodel, een scharnierperiode beleeft. Het sterke sociale model wordt op de proef gesteld, ondanks een performante hightech economie. Een vergrijzingsgolf, een hoge immigratie en uitdagingen binnen de verzorgings- en educatieve sector zijn niet onbekend. Daarnaast is er bijvoorbeeld een continu publiek debat over wapenproductie en wapenexport naar niet-democratische landen, zoals naar Saudi-Arabië, met zelfs een diplomatiek conflict tussen beide landen als gevolg eerder dit jaar. Veel Zweden blijven welvaart zien als een middel voor meer welzijn, maar lijken daarbij soms hun zelf- gelauwerde democratische fundamenten uit het oog te verliezen. Ook socio-economisch zou je dus van een dubbele laag kunnen spreken. Studeren is hier gratis, het sociale zekerheidsstelsel erg gul. Toch is niet alles rozengeur en maneschijn: studenten moeten een tandje bijsteken, las ik, om competitiever te zijn en lange wachtlijsten voor doktersbezoeken zijn eerder regel dan uitzondering. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen wordt hier sterk gepromoot, maar toch is er ook hier nog een duidelijke inkomensongelijkheid. Opnieuw die dubbele gelaagdheid dus. De publieke diensten vallen in globo nog steeds erg sociaal en toegankelijk te noemen, in vergelijking met de meeste andere landen ter wereld. Maar perfect is het systeem zeker niet en er staan grote uitdagingen voor de toekomst, na meer dan een halve eeuw van voorsprongeconomie op West-Europa na de Tweede Wereldoorlog. Daar lijkt de jongere politieke generatie in Zweden zich ook van bewust.