Lissabon: Elise Balliauw

Dinsdag 22 december 2015 — Ons Europa herbergt één van de oudste steden ter wereld. Het is overigens de oudste stad van West-Europa, ver voor Parijs, Londen en Rome. De titel komt toe aan de Portugese hoofdstad Lissabon. De stad van de 7 heuvels mag terugblikken op een lange en bewogen historie. In 1755 werd Lissabon getroffen door een zware aardbeving. Naar schatting vielen er 30 000 tot 40 000 doden, wat destijds maar liefst 15% van de ganse bevolking voorstelde. Ettelijke instortingen, branden en hoge golven uit de rivier de Taag lieten een danig verwoest Lissabon achter. Heel Europa was gechoqueerd door deze catastrofale gebeurtenis, die daarbij een diepe indruk naliet op het collectieve psyché. Niemand minder dan Voltaire, de prominente voortrekker van de Franse Verlichting, schreef een lang gedicht vlak na de aardbeving. Voltaire zou voor altijd geassocieerd worden aan één opmerkelijk citaat hieruit. « Un jour, tout sera bien, voilà notre espérance. Tout est bien aujourd’hui, voilà l’illusion. » Poême sur le désastre de Lisbonne is nadien de introductie geworden tot zijn werk Candide. Lissabon werd grotendeels wederopgebouwd onder de destijds pragmatische premier, de latere Marquês de Pombal. In tegenstelling tot een restauratie van de middeleeuwse stad, koos Pombal ervoor om al wat was overgebleven na de aardbeving te slopen. Het stadscentrum zou worden heropgebouwd volgens de principes van de moderne stedenbouw.

De Portugezen hebben duidelijk hun eigen weg gekozen als het om bouwstijlen gaat. Ook qua taal weten ze zich te onderscheiden. Het Portugees lijkt erg op het Spaans, maar heeft zich verder ontwikkeld. Hierdoor heeft de Portugese taal zijn eigen karakter gekregen. De taal is namelijk wat zangeriger dan het Spaans. Het Portugese gevoel voor ritme en melodie wordt weerspiegeld in de typische Fado cultuur. De Portugezen zijn trouwens erg trots op hun cultuur van Fado en volksdansen. In deze nationale muziekvorm komt de zogenoemde saudade heel goed tot uitdrukking. De term beschrijft de mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde. Het is een melancholisch maar ongrijpbaar verlangen naar iets dat onbereikbaar of verloren is. Fado wordt eigenlijk aanzien als het Portugese levenslied. Portugezen zijn van nature nochtans bijzonder levenslustige mensen. Hun levensritme laten ze bepalen door het zonnelicht. Vandaar komt een andere bijnaam voor Lissabon, namelijk de stad van het licht. Eten en drinken is voor de Portugezen erg belangrijk en ze doen dit bij voorkeur dan ook buitenshuis. Vele stedelingen starten hun dag al met een ontbijt buiten de deur, vaak staande in een pastelaria of café, op weg naar hun werk.  Op elke hoek van de straat vind je wel zo’n pastelaria waar de typische Portugees langsgaat om snel een bica, een sterk heet kopje koffie, in een mum van tijd te nuttigen. Portugezen zijn ook echte zoetekauwen. Een belangrijke specialiteit is de beroemde zoete Port wijn. Bij hun koffie verslinden ze bij voorkeur wel een ander soort suikergoed. De Portugezen mogen immers maar liefst 200 verschillende gebakjes tot hun specialiteiten benoemen.

“Het Portugese gevoel voor ritme en melodie wordt weerspiegeld in de typische Fadocultuur. In deze nationale muziekvorm komt de zogenoemde saudade goed tot uitdrukking: gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde”

De meest opmerkelijke traditie die de Portugezen in ere houden is de legende achter hun nationaal symbool. De veelkleurige haan van Barcelos kom je overal in Portugal tegen. De haan draagt een legende met zich mee die sinds jaar en dag over het hele land wordt verkondigd. Het verhaal gaat over een pelgrim op doorreis naar Santiago de Compostela. In het stadje Barcelos wordt hij valselijk beschuldigd van diefstal. De rechter veroordeelt hem ter dood, ook al houdt de pelgrim vol dat hij onschuldig is. De pelgrim reageert hierop en voorspelt dat de haan op het banket van de rechter drie keer zal kraaien als bewijs van zijn onschuld. Net op het moment dat de pelgrim aan de galg wordt gehangen kraait de haan inderdaad en de man wordt uiteindelijk vrijgelaten. Sindsdien staat de haan symbool voor onvoorstelbaar geluk, integriteit, eer en vertrouwen.

Vandaag de dag kraait haast geen Portugese haan nog naar deze waardevolle tradities. Het zonnige land wordt overschaduwd door de politieke instabiliteit die er heerst. Portugal werd recent het strijdtoneel van een reëel gevecht tegen de besparingen. Maar hoe kon Portugal belandden in deze politieke impasse? De Portugezen trokken op 4 oktober naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. De centrumrechtse coalitie behaalde hierbij net geen meerderheid maar begon toch aan een regeringsvorming, op verzoek van de huidige president Anibal Cavaco Silva. Hoewel de Sociaal Democratische Partij van premier Coelho de verkiezingen won haalde ze minder zetels binnen dan de linkse coalitie. De politieke impasse sleept eigenlijk al aan sinds deze niet-overtuigende verkiezingsuitslag van 4 oktober. Regerend president Silva wil absoluut vermijden dat eurosceptici aan de macht komen in het land. Hiermee verwijst hij naar de Communistische Partij en het Links Blok. Silva deed daaropvolgend een opmerkelijke uitspraak, namelijk dat gedurende de veertigjarige democratie de Portugese regering nooit afhankelijk is geweest van anti-Europese krachten. Aan de basis van de huidige politieke crisis ligt de Europese steun van 78 miljard euro die Portugal nodig had in 2011. Sinds dat jaar voerde de uittredende regering van Coelho pijnlijke besparingsmaatregelen door. Deze besparingen waren noodzakelijk om de Portugese financiën er weer bovenop te helpen. Zijn beleid bleek weliswaar succesvol. Vorig jaar kon Portugal uit het steunprogramma van de EU stappen. Helaas, gebeurde onlangs waar heel Europa voor vreesde. Amper een maand na de verkiezingen, viel de Portugese regering. De drie linkse partijen maakten voor het eerst een vuist tegen het met de EU afgesproken besparingsbeleid. Het marxistische Links Blok, de communisten en de Groenen stemden de centrumrechtse minderheidsregering weg.  Portugal is hiermee het nieuwste Zuid-Europese strijdtoneel van de strijd tegen het besparingsbeleid. Die  strijd wordt uitgevochten via enkele absurde regels van de Portugese grondwet. In Portugal heeft de president een ceremoniële functie, enkel hij kan een premier kan aanduiden. Daarnaast is het niet mogelijk om de eerste 6 maanden na verkiezingen nieuwe verkiezingen te houden. Wat Portugal nu juist staat te wachten is nog niet duidelijk. Het lijdt echter geen twijfel dat de trojka net als in Griekenland zijn duivels zal ontketenen. De president liet de voorbije weken wel expliciet verstaan dat hij nooit zal meewerken aan een regering die zich tegen het Portugese reddingsplan en de besparingen keert. Volgens Silva is dit moment het slechtst mogelijke om de funderingen van hun democratisch regime te veranderen.

“Besparingen waren noodzakelijk om de Portugese financiën er weer bovenop te helpen. Het beleid bleek weliswaar succesvol: vorig jaar kon Portugal uit het Europese steunprogramma stappen. Toch gebeurde waar heel Europa voor vreesde”

Een neutraal observator kan als meest kritische enkel stellen dat succes voor een linkse meerderheidsregering geen evidentie zal zijn. Één ding staat echter wel vast: Europa is geen Unie die wie kwetsbaar is, overboord gooit. Dat zouden we moeten weten. Na wat onze mede-Europeanen, de Grieken, reeds hebben moeten doorstaan. Dat zouden ook de Portugezen moeten weten. Al eerder heeft de Europese geschiedenis aangetoond dat democratie niet bloeit op de vernedering van een volk of natie. Een oplossing dringt zich intussen op. Als het van de Portugese bevolking afhangt, liefst nog voor het kraaien van de haan.