“Het krapuul moet eruit. Geen geïntegreerde scoutsleider met een Vlaams lief”

Interview Theo Francken

Dinsdag 22 december 2015 — Als we de werkethos van een staatssecretaris mogen afmeten aan zijn agenda, leidt die van Theo Francken (N-VA) weinig twijfel. Terwijl Brussel ontwaakt, omgeven door pantserwagens, vonden we een uurtje om hem te ondervragen over zijn zwaarste bevoegdheid: Asiel & Migratie.

Samen met deze regering bent u iets meer dan één jaar bezig. Kunt u uw eigen functioneren al evalueren?

“Het begin was nogal hevig. Coming in with a bang (glimlacht). Voor de rest gaat het goed, ik heb een sterk kabinet, waaronder gedetacheerden uit de administratie met expertise in het veld. Ik denk dat we na één jaar al mooie resultaten kunnen voorleggen. Natuurlijk is er sinds augustus die mondiale asielcrisis, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog. Dan is crisismanagement vereist. Ook daar denk ik dat de regering het goed doet. Niet alleen ik, alleen kan ik dat niet. Ik ben zeker niet ontevreden. Er blijft natuurlijk veel werk aan de winkel.”

 

Waar is nu die kracht van verandering? Zien we die al op Asiel & Migratie?

“Ik vind van wel. Er is een breuk met vroeger. We komen van een beleid waarin de PS de dominante politieke factor was op federaal niveau en die een bepaalde electorale agenda had op vlak van migratie. Kijk maar eens hoe ze in Brussel, van oudsher een liberale stad, aan de macht is gekomen. Na de verkiezingen van 2010 is er wat betreft migratie veel veranderd. De 541 dagen waren slecht voor het land, maar een zegen op vlak van migratie. In de periode van lopende zaken hebben we, zonder de PS en het cdH, wetten kunnen stemmen die het immigratiebeleid rationeler heeft gemaakt. De wet op de gezinshereniging en de afschaffing van de snel-Belgwet werden gestemd door de Zweedse coalitie avant la lettre. Mensen kregen hun nationaliteit met een doos corn flakes, dat was een aberratie tot en met. Zo zijn er 650.000 mensen Belg kunnen worden. Je zou eens moeten nagaan hoe veel uit die families vandaag die terreurdreiging uitmaken.”

 

“Meestal hebben ze de dubbele nationaliteit, zodat ze op twee paarden kunnen wedden. In 2011 heeft De Block een goede push gehad van strengere wetgeving die door het parlement werd geschreven, niet gebonden aan een regering of partijhoofdkwartier. Zo is Maggie in een nieuw verhaal kunnen stappen en zet ik het verder. Dat is 100% de kracht van verandering. De breuk met Maggie is de focus op de gedwongen terugkeer. Er zijn 40 à 50.000 uitwijzingsbevelen per jaar, maar met de beschikbare middelen kunnen er slechts 4 à 5.000 op een vliegtuig worden gezet. Dan moet je kiezen, zoals minister Geens en ik doen: de illegale gevangenen weg, dat krapuul dat overlast bezorgt en een hoge recidive heeft. Niet mensen als Scott Manyo of Parweiz Sangari. Een geïntegreerde scoutsleider van 19 met een Vlaams lief…”

 

“Een verblijfsaanvraag kost ook voor het eerst geld, tussen de 160 en 215 euro. Vroeger was het gratis en dus van geen waarde, wat voor een opeenstapeling van procedures zorgde. Die leidden vaak tot niets. Dàt is de kracht van verandering.”

 

Nu zijn die middelen er wel, om die 40 à 50.000 uitwijzingen te doen?

“Neen, maar nu maken we die keuzes wel. Dat is het punt. Dit jaar repatriëren we er 1.000 meer, zoals ik heb beloofd.”

 

Op vlak van immigratie en integratie zijn meerdere beleidsdomeinen betrokken. Waar situeert uw rol zich en hoe verloopt die samenwerking met andere ministers?

“Ik werk nauw samen met Buitenlandse Zaken, vanwege alle diplomatieke posten en consulaten. Ook met Justitie, het departement van minister Geens, werk ik zeer goed samen. Dat gaat over alles wat met het verblijfsrecht van criminelen te maken heeft, het intrekken van verblijfsstatus van Syriëstrijders die geen Belg zijn, net als zware misdadigers die we proberen weg te krijgen. Elk van deze mensen, zonder de Belgische nationaliteit en zonder verblijfsrecht op Belgisch grondgebied. Daarnaast werk ik natuurlijk nauw samen met Defensie, zeker met de asielcrisis, en Binnenlandse Zaken, waar ik als staatssecretaris aan ben toegevoegd.”

 

En de samenwerking met de regio’s?

“De ene regio beter dan de andere, daar moet ik geen tekening bij maken. (grijnst). Met sommige regeringen is de lijn direct, bij anderen wat langer. Ook dat stroomlijnen we: waar een buitenlander vroeger een arbeidskaart bij de regio moest aanvragen en een verblijfsvergunning bij de Dienst Vreemdelingenzaken, is er nu een permis unique: de deelstaat keurt de aanvraag goed en achter de schermen regelen we één kaart: zowel de arbeids- als de verblijfsvergunning. Dat loopt eigenlijk wel goed.”

 

Waarom komt die goede samenwerking in de regering zo niet over in de publieke opinie?

“Ik hou me aan mijn domein en probeer vijf jaar niet te veel algemene commentaar te geven, dat is al moeilijk genoeg voor mij (glimlacht). Op mijn domein loopt het goed, als je de asielcrisis vergelijkt met die van 2010: dat was een crisette, een zelfgeorganiseerde crisis door politiek gefikfak. Toen hebben ze 10.000 extra opvangplaatsen geopend op vier jaar, nu doen we dat op vier maanden. Ik kan maar voor mezelf spreken, maar dat loopt goed. Ik heb nergens gelezen dat er grote issues zouden zijn over Asiel en Migratie. Over de rest kan ik enkel zeggen dat volgens mij iedereen ermee gebaat is als je niet te veel kibbelt. Niemand is erbij gebaat als de discussies te veel naar buiten komen. Ik sta er zelf soms met verwondering op te kijken. Toch denk ik niet dat er meer gediscussieerd wordt dan vroeger. Het is niet erg dat er eens van mening wordt verschild. We zitten ook wel voor een stuk in dezelfde electorale markt, dus is de profilering wat scherper.”

 

U heeft onlangs een ontradingscampagne georganiseerd via sociale media. Hoe beoordeelt u die? Zijn daar concrete resultaten van?

“Die informatiecampagne werkte zeer goed. We bereikten 250.000 mensen op een paar uur, voor 200 euro. Dat is redelijk efficiënt voor een federale overheid. Moest alles zo efficiënt verlopen, zouden de belastingen eindelijk naar beneden kunnen (lacht). Ook de instroom van Irakezen is sterk gedaald, onder andere door die campagne. Ook door een aantal brieven die we naar asielzoekers in de centra hebben gestuurd, allen Irakezen. Nu hebben we veel vrijwillige terugkeer van Irakezen, drie vluchten per week. Ze zijn met 6 à 7.000 gekomen en nu zijn er al meer dan 800 teruggekeerd. Dat heeft dus een immense impact en we gaan dat nu ook doen voor de Afghanen.”

 

“Ik heb trouwens enkel de mensen geïnformeerd dat er een beslissingsstop is ingevoerd en dat niet elke aanvraag leidt tot een verblijfsrecht. De oppositie beweert anders, maar dat is intellectueel oneerlijk. De beslissingsstop werd ingevoerd door de onafhankelijke Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, ik heb ze enkel gecommuniceerd. Als dat al niet mag, weet ik niet wat ik nog mag doen. Andere landen doen het ook.”

Het communautaire is zoals een jokari: je kan erop kloppen, maar het komt toch terug. Die zesde staatshervorming blijft een draak

Onderzoekt u alternatieven, eerder in de richting van wat Australië vandaag doet?

Pushbacks mogen niet meer. Een achttal jaar geleden werd dat gedaan in Spanje, bij migranten die van West-Afrika kwamen. Daar kraaide geen haan om. In 2011 kwam er een arrest bij het Europees Hof, dat oordeelde dat vluchtelingen aan land moeten worden gebracht om een asielaanvraag te kunnen doen op het Europese vasteland. Je moet dus iedereen aan wal brengen, maar die blijven daar niet, hé. Die mensen reizen door naar België en Duitsland. Ik begrijp dat het bij sommige partners moeilijk ligt, maar je moet mij eens uitleggen hoe je zonder pushbacks een systeem organiseert als je iedereen altijd een asielaanvraag wil laten doen op Europees vasteland. Daar is mijn verstand te klein voor. Gelukkig zijn er mensen die verstandiger zijn dan ik. Ze willen hen ook niet langer dan 48 uur vasthouden, de linkse regeringen in Griekenland en Italië. Daarna zijn ze weg, hé.”

 

Hoe beoordeelt u de Europese samenwerking?

“Moeilijk. Wat is dat, de Europese oplossing? Griekenland en Italië zijn transitlanden, daar blijven de vluchtelingen niet. Wij zijn een terminusland, net als Duitsland. Er zijn afspraken gemaakt, die hotspots worden opgericht, de mensen moeten daar geregistreerd worden en na relocatie kunnen wij ons ding doen. Ik kan dat ook alleen maar doen als er dan in Brussel minder toekomen, want die zijn niet geregistreerd aan de buitengrenzen en reizen illegaal door meerdere Schengenlanden. Dat kan niet anders, hé! Ze komen niet via de luchthaven, Antwerpen of Zeebrugge. Dat systeem zit fundamenteel mis. De fundamentele fout is de niet-toepassing van Dublin, tot gevolg dat ze niet geregistreerd zijn aan de buitengrenzen en de facto Schengen opgezegd is. Schengen betekent: wij doen onze grenzen open, als de buitengrenzen bewaakt blijven. Je kan niet het één zonder het ander willen.”

 

En hoe denkt u dat het Schengenakkoord zal evolueren?

“Dat is de vraag. Blijft de zone nog bestaan? Schengen en Dublin en de voorwaarden zijn de facto niet meer van toepassing. Tegen maart wil de Europese Commissie met een nieuwe toepassing van Schengen en Dublin komen. Er zal iets moeten veranderen.”

 

België als terminusland zet druk op ons sociaal weefsel. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Dat is niet houdbaar. Puur financieel is het al moeilijk, maar er is ook echt geen draagvlak voor bij de publieke opinie. Toch denkt 80% van de mensen daar zeer genuanceerd over. Dat gaat niet over de vluchtelingen, maar over het systeem. Dat systeem klopt ergens niet. Dat is gewoon een vaststelling. Stel dat de instroom vanaf april opnieuw maal drie wordt: dan voorspel ik extreemrechtse verkiezingsoverwinningen en is het over and out met de Europese Unie. Dan kan je de asielloketten sluiten.”

 

Recent besliste de regering om het vluchtelingenstatuut aan te passen. Conflicten die binnen vijf jaar eindigen, zijn echter op één hand te tellen. Is dit geen window dressing?

“Dat is een goede opmerking, maar aan de andere kant is dit een belangrijk signaal. We waren één van de weinige landen waar vluchtelingen onmiddellijk permanent konden verblijven. Militaire conflicten duren tegenwoordig inderdaad langer dan vijf jaar, maar ik kan natuurlijk niet in de toekomst kijken. Principieel ben ik daar sowieso voorstander van, maar het is geen wonderoplossing, dat klopt. Het is vooral een belangrijk signaal.”

 

Wat met de engagementsverklaring die vluchtelingen moeten ondertekenen? Hoe definieert u engagement en hoe kan u dat opvolgen en afdwingen?

“Dat is eigenlijk een nieuwkomersverklaring, waarin we vragen de universele mensenrechtenprincipes te onderschrijven. Gelijkheid voor man en vrouw, vrijheid van religie en meningsuiting, respect voor seksuele beleving, democratische rechtsstaat,… fundamenten waarop wij onze beschaving hebben gebouwd.”

 

Analisten zijn van mening dat uw beleid eerder humaan is, maar uw communicatie is weleens scherp. Zeker op twitter bent u nogal direct. Is daar een groter idee achter, om bepaalde delen van uw electoraat tevreden te houden?

“Dat is mijn stijl, hé (grijnst). Ik ben passioneel met mijn vak bezig. Dat geeft weleens vonken, zeker. Dat mag toch, een beetje vuur?”

 

Misschien lokt dat wel reacties uit die het debat nodeloos op scherp stellen. Stellen dat die tentjes comfortabel zouden zijn…

(Fel) “Je trekt mijn zaak uit de context. Het ging over dat tentenkampje. Dat is toch wat het is, een tentenkampje? Hoe zou je het omschrijven? Ik heb gezegd dat het tentenkampje knus is, niet die tenten. Die periode moet je niet vergelijken met vandaag: nu is er geen tentenkampje meer en is het koud.”

 

Toen was het ook niet echt warm, hé.

“Jawel, jawel. Het was fantastisch weer, er was elke avond barbecue en groot feest. Bent u er geweest?”

 

Jazeker.

“Dan moet u er niet geweest zijn als ik er geweest ben, ik kreeg elke dag informatie over de situatie. (Pauze) Mijn kabinet had dag en nacht gewerkt om pre-opvang te voorzien, maar er was niemand in geïnteresseerd, terwijl ze er zaten te dansen, te spelen en plezier en muziek te maken. Terwijl ze al weken op mijn kop zaten over die pre-opvang. Dat het dan eventjes hoog zit…”

 

Hoe gaat u om met de kritiek?

“Dat hangt ervan af. Een goed advies dat ik als jong politicus kreeg, is dat je altijd eerst moet kijken wie er kritiek geeft, en daarna wat er wordt gezegd. Dat is een gouden stelregel die ik elke jongere in de politiek met plezier meegeef. Eerst het belang en het gewicht van de criticus inschatten, dan luisteren wat hij gezegd heeft. Meestal kan je die zaak dan wel een plaats geven.”

 

U werkt momenteel aan een Belgisch spreidingsplan. Waaraan meet u het succes af?

“Een spreidingsplan moet rekening houden met een aantal factoren die spelen. Wat zijn de huidige inspanningen van de gemeenten? Wat is de financiële draagkracht van een gemeente? Wat is het aantal leefloners, hoe zit het met de armoede? Ook communautair moet het eerlijk verdeeld zijn. Ik geloof niet in een spreidingsplan zoals dat van Courard (Staatssecretaris van Sociale Integratie tijdens de asielcrisis van 2010, PS, nvdr) waarbij 88% moet worden opgevangen door Vlaamse gemeenten.”

 

Kunnen we daarin uw kritiek op Geraardsbergen kaderen, terwijl de forse uitspraken van Fons Duchateau ongemoeid worden gelaten?

“Met alle respect voor Geraardsbergen, maar het is onvoorstelbaar dat die vergelijking durft te worden gemaakt. Geraardsbergen heeft geen asielzoekers, in tegenstelling tot wat de burgemeester zegt. (furieus) Nul! Antwerpen vangt op dit moment hónderden op en dan heb ik het nog niet over de erkende vluchtelingen. Dat verschil is interplanetair. Wat een absurde vergelijking, ik heb daar geen ander woord voor. Absurd, sorry. Al de rest is praat voor de vaak!”

 

U heeft nauwe contacten met burgemeesters. Hoe verlopen die met de CD&V-burgemeesters?

“Mijn contacten met bijna alle burgemeesters zijn goed. De CD&V-burgemeesters doen de opvang met grote verantwoordelijkheidszin. De ene wat liever dan de andere, natuurlijk, wat gezien de context begrijpelijk is.”

 

Hoe zag uw eigen jongerencarrière eruit?

“Ik zat niet bij de VU-Jongeren. Ik zat op internaat, waar Joris Vandenbroucke (vandaag fractieleider voor sp.a in het Vlaams parlement, nvdr) mijn KSA-leider was. Ik had een heel Vlaamsgezinde leerkracht geschiedenis. Tijdens mijn studies ben ik nooit politiek actief geweest, maar volgde de actualiteit wel van nabij. Na mijn stage bij de Volksunie-ID-fractie in het Vlaams parlement, heb ik voor N-VA gekozen en ben ik voor Geert Bourgeois gaan werken.”

 

Heeft u na het uiteenvallen van VU-ID getwijfeld waar u thuishoorde?

“Neen, N-VA was een bewuste keuze. Het project van Geert Bourgeois vond ik veel authentieker en ook het Vlaams-nationale zat er als centraal element in. Dat is voor mij belangrijk; ik ben Vlaams-nationalist, zo simpel is het. Heel dat verhaaltje van Spirit en wat was het allemaal… dat linksliberalisme, de ene wou dit, de andere dat,… dat was gewoon een luchtbel en dat is ook gebleken. Ideologisch flinterdun. Het verhaal van Bourgeois en De Wever sprak me meer aan dan de traantjes van Bert (Anciaux) en het clubje van mensen als Margriet Hermans.”

Ik ben passioneel met mijn vak bezig. Dat geeft weleens vonken, zeker. Dat mag toch, een beetje vuur?

Voor het eerst sinds lang zitten er nog eens Vlaams-nationalisten in de federale regering, toch moet het communautaire jarenlang in de kast. Vindt u dat niet jammer?

“Voor mij is het communautaire niet weg, het blijft heel belangrijk. Maar we zijn naar de kiezer gegaan met een duidelijk sociaaleconomisch programma. De kiezer heeft ons met die belofte een groot mandaat gegeven. Dan moet je consequent blijven. Het communautaire is zoals een jokari: je kan erop kloppen, maar het komt toch terug. Die zesde staatshervorming blijft een draak. Ik begrijp dat CD&V die blijft verdedigen, hoewel dat steeds minder het geval is, maar je moet maar eens aan Jo Vandeurzen vragen hoe complex het is. Het herfederaliseren van bevoegdheden is voor mij geen optie.”