“Het is absurd moeilijk voor jongeren om politicus te zijn”

Interview Chris Taes

Maandag 26 september 2016 — Chris Taes (°1955) is een politieke veteraan. Een overlever. Al sinds de jaren ’80 drukt hij zijn stempel op partij en samenleving: eerst als jongere en schepen, later als partijsecretaris en burgemeester. En tussendoor als leerkracht. Radikaal zocht hem op in ‘zijn’ Kortenberg, waar hij nog steeds trotse burgervader is.

Hoe zou u zelf uw traject bij de jongeren omschrijven?

“Daarvoor moet ik vroeg teruggaan. Mijn vader was burgemeester van Erps-Kwerps, een deelgemeente van Kortenberg. Politiek was voor mij iets dat mijn vader van ons gezin weghield, dus ik heb altijd gezworen nooit in de politiek te gaan. Ik ben mijn professionele loopbaan dan ook begonnen als leerkracht, wat ik steeds graag gedaan heb en meermaals heb opgepikt, vaak gecombineerd met een politiek ambt.”

Wanneer is uw negatieve houding ten opzichte van politiek dan veranderd?

“Toen ik Eric Van Rompuy ontmoette in 1978, vroeg hij me om in Kortenberg met een afdeling van de CVP-Jongeren te beginnen. Hoewel ik toen niet geïnteresseerd was in gemeentepolitiek, voelde ik wel wat voor een ideeëndebat. Zo organiseerden we een debatavond over ‘Botsende Jeugd’. Met een opkomst van 150 jongeren was ook Eric onder de indruk en gaf hij me de impuls om verder te gaan. Ik ben dan doorgestroomd om in 1983 Nationaal Bureaulid en hoofdredacteur van de Radikaal te worden, toen Johan Van Hecke jongerenvoorzitter was. Door het schrijven van die teksten werd ik opgemerkt door Minister-president Gaston Geens en aangespoord om tekstschrijver te worden op zijn kabinet, nog steeds gecombineerd met het hoofdredacteurschap van Radikaal. Een jaar later werd ik zijn woordvoerder.”

Wat is u bijgebleven van uw tijd op het kabinet?

“Geens is een van de meest onderschatte politici van onze generatie. Als we vandaag Imec hebben in Leuven en spitstechnologie op bepaalde beleidsdomeinen, is dat dankzij hem. Zijn inzichten en aanzetten over Flanders Technology werken tot vandaag nog door in ons beleid. Op het kabinet heb ik pas echt geleerd wat werken was, maar tegelijk daagde Gaston Geens zijn medewerkers ook steeds uit om altijd dat tikje boven hun niveau uit te stijgen. Die constante uitdaging werkt niet voor iedereen, maar ik had daar veel baat bij en kon daardoor fouten vermijden die vele leeftijdsgenoten wel hebben gemaakt.”

Fouten, zoals?

“Aan politiek doen vanuit passie is een goede basis, maar niet voldoende. De regel van Gaston Geens was dat je nooit naar een vergadering mocht stappen zonder het dossier beter te kennen dan je medetafelgenoten. Als jongere, maar ook later, kan je het je niet permitteren om gewoon vanuit intuïtie of engagement aan politiek te doen. Politiek is een ambacht, een stiel, vergt inzet, voorbereiding en diplomatie. Als stormram van dienst heb ik vooral aan die diplomatieke vaardigheden moeten werken (lacht).”

Van nationale mandaten naar lokaal engagement: eigenlijk hebt u de omgekeerde weg afgelegd.

“Inderdaad, door mijn hoofdredacteurschap en kabinetswerk ben ik aangespoord om ook arrondissementeel actief te worden en zo ben ik ook lokaal op verkiezingslijsten beland.”

Wat is dan een typisch parcours?

“Meestal werd je opgemerkt als jongere door je afdeling en kreeg je het statuut van onafhankelijke jongere, of werd je opgemerkt door een van de standen en kreeg daar dan de stempel van.”

Is dat in 2016 minder, het standenverhaal?

“Bij ons leefde dat zeer sterk, in die mate zelfs dat wij protesteerden tegen het feit dat de partij naar ons aanvoelen te veel de grootste gemene deler van de belangen van de standen was. De CVP-Jongeren pleitten dan ook voor meer onafhankelijken in het algemeen bestuur. Vandaag is dit minder, maar ik denk dat dat niet alleen onze verdienste is. De standen hebben ingezien dat ze ook steun van andere partijen nodig hadden en de partij heeft vooral beseft dat ze zich niet konden beperken tot de standen, gelukkig maar.”

Volgt u de jongeren nog?

“Ik ben nog vaste abonnee van de Radikaal, al moet ik toegeven dat ik niet meer alle artikels met evenveel aandacht lees. De slogan ‘Eens CVP-Jongere, altijd CVP-Jongere’ blijft voor mij wel echter waar.”

Misschien moeten sommige oud-jongeren daar eens aan herinnerd worden?

“Ik heb de indruk dat de belangstelling voor een nationale functie bij de jongeren vandaag veel meer als voorbereiding op een latere politieke carrière bekeken wordt dan vroeger.  Misschien is het van alle tijden, maar ik meen dat men zich vandaag toch meer vanuit carrièrematige overwegingen bovenlokaal wil engageren. Om zaken te veranderen heb je uiteraard een bepaald mandaat nodig, maar ik heb het idee dat de inzet en engagement vroeger diverser was. JONGCD&V is meer een carrièremachine geworden, hoewel de vorige en huidige voorzitter hier opnieuw iets meer afstand van willen nemen.”

“Pas op, ik vind zeker niet dat jongeren vies moeten zijn van macht en ten allen tijde hun handen daarvan af moeten houden. Ik vind wel dat het de taak is van de jongeren om consequent het levende geweten te zijn van de partij. Dat kan je nooit zijn als je voor je beroep of carrièrekansen afhankelijk bent van die partij. Je moet met het nodige gezag kunnen spreken en gezag betekent in deze onafhankelijkheid en intellectuele en individuele vrijheid. Dat kan niet als je constant uitkijkt welke plaats je zal krijgen.”

“Politiek is een ambacht, een stiel, vergt inzet, voorbereiding en diplomatie”

U hebt toch de functie van hoofdredacteur Radikaal gecombineerd met woordvoerderschap van Gaston Geens?

“Dat klopt, maar ik heb van Geens nooit een instructie of vingerwijziging gekregen. Sterker nog, toen we met de CVP-Jongeren beslisten dat ik kandidaat moest zijn voor het CVP-voorzitterschap, heeft Gaston Geens dat vernomen via de radio. Hij heeft mij toen wel bij zich geroepen en gevraagd of ik nog wilde blijven, aangezien ik hem hiermee in een lastig parket bracht. Uiteraard wilde ik nog blijven en ik heb dan ook uitgelegd dat het zeker geen persoonlijke kandidatuur was, maar een kandidatuur die ik belichaamde namens alle jongeren. Hij heeft daar nadien nooit nog met een woord over gerept. Ik vond dat ontzettend mooi, hoe hij zo mee die onafhankelijkheid van de jongeren waarborgde.”

“Ik ben meteen na mijn periode op het kabinet opnieuw gaan lesgeven. Ik heb niet gewacht tot ik ergens een benoeming in de administratie kreeg, ik had mijn werk gedaan en kon terugkeren naar mijn eerste liefde, het onderwijs.”

U hebt in uw politieke carrière dan meermaals samengewerkt met Johan Van Hecke, de ene periode al wat woeliger dan de andere?

“Ik was hoofdredacteur van Radikaal onder Johan, maar nadien ook nationaal secretaris toen Johan Van Hecke partijvoorzitter was. Johan wilde de partij echt grondig vernieuwen. Hij heeft nadien uiteraard iets te veel willen vernieuwen door naar een andere partij over te stappen! Jammer, want toen hij mij aanstelde als secretaris, was dit een bewuste keuze voor iemand die niet gebonden was aan een stand, maar een onafhankelijkheid genoot en een klankbord was voor zijn vernieuwingsideeën. Onze band in het jongerenbureau hielp hier uiteraard wel mee.”

De leeftijdsgrens van 36 jaar is onverbiddelijk. Was dat moeilijk voor u?

“Toch wel, want de actieve betrokkenheid valt een beetje weg. Wat wel blijft, is de band met je generatiegenoten. Als ik Pieter De Crem of Yves Leterme ontmoet, kan ik hen onmogelijk met hun titel aanspreken. Zij mij ook niet. Dat samenwerken creërt een soort van levenslange band. Op het moment zelf, besef je dat nog niet. Dat Johan Van Hecke ooit partijvoorzitter zou worden, had niemand ooit gedacht.”

Is de lokale politiek veranderd voor jongeren?

“Ja, zeer sterk zelfs. Vooral omdat politiek op lokaal niveau veel technischer is geworden en juridisch complexer. Vroeger kon je als bestuurslid bepaalde dossiers nog makkelijk volgen op een partijbestuur en standpunten innemen. Op een partijbestuur heb je tegenwoordig een specialist nodig om toelichting te geven of dien je zelf specialist te zijn om een mening te funderen.”

“Daarnaast denk ik dat het voor jongeren ook moeilijker is geworden om zich voor één bepaald groepsgebeuren te engageren en dan heb ik het niet enkel over politiek. Dat geldt voor alle verenigingen. Om te genieten komt men wel, maar voor de ondersteuning vind je nauwelijks vrijwilligers. Het is moeilijk voor jongeren om, in de veelheid van engagementen en verantwoordelijkheden, nog een langdurig engagement op te nemen. Laat staan een politiek engagement, dat zo’n intellectuele uitdaging en commitment vergt van een jongere.”

“Vroeger handelde men misschien te veel vanuit gewoonte en vandaag kiezen jongeren bewuster voor bepaalde projectengagementen. Het is ook mooi hoe jongeren andere jongeren aansporen voor bepaalde standpunten. Het werkt niet meer om jongeren een lidkaart aan te smeren. We moeten accenten leggen op bepaalde inhoudelijke thema’s en op basis daarvan jongeren zoeken die zich tijdelijk mee voor één doel en thema willen verenigen. Als daar dan een permanent engagement uit voortvloeit, des te beter. Je hoort mij absoluut niet zeggen dat jongeren minder geëngageerd zijn dan vroeger.”

“Ik steun de vraag van de jongeren om bij het toekennen van plaatsen op de lijst aan de jongeren te denken. Dat principe is zowel voor vrouwen als jongeren belangrijk. Een sterke lijst is een combinatie zijn van ervaring, populariteit, electorale kracht en vernieuwing. Dat is een reflex die ik heb overgehouden aan de CVP-Jongeren. Ik zal dat principe over twee jaar ook hanteren.”

“Het mooie aan een lokaal mandaat is ook dat je zeer dicht bij de mensen staat. Je hebt een dikke schrift met reclamaties en klachten, maar ook een kleinere, even mooie schrift met complimenten.”

U hebt zelf nooit in het parlement gezeten, dus nooit gecumuleerd. Was dat een bewuste keuze?

“In 1999 had ik de eerste opvolgersplaats op de lijst voor de Vlaamse Raad, maar toen kwam de dioxinecrisis en is daar dus niets van gekomen. Uiteraard was dat op dat moment een ontgoocheling. Achteraf gezien ben ik blij dat ik mijn politieke mandaten heb kunnen combineren met mijn afwisselende professionele passies. Als je een leven hebt dat enkel bestaat uit een politieke carrière en mandaten, ga je zeer snel zweven. De confrontatie in de klas met gasten van twaalf tot achttien jaar voorkomt dat (lacht).”

Koestert u een bepaalde herinnering aan uw jongerenperiode?

“Voor mij zijn de CVP-Jongeren niet alleen professioneel zeer belangrijk geweest. Ook op privé-vlak, want ik heb daar mijn latere vrouw leren kennen. Ik werd hoofdredacteur van Radikaal en er was een bijzonder knappe jongedame werkzaam op het secretariaat van de CVP-Jongeren, die mee Radikaal opvolgde. Je moet je dat voorstellen: internet of gsm’s bestonden niet, wat betekende dat een tekst voor Radikaal door mij uitgetypt werd, naar Brussel werd gefaxt en door Claudine overgetypt werd. Ik had al vrij snel de gewoonte om, toen ik thuis kwam van het lesgeven, naar het secretariaat te bellen en daar was toen steeds maar één persoon aanwezig, Claudine. Bij mij was het liefde op het eerste gezicht, bij haar heeft het toch nog dik anderhalf jaar geduurd voor de vonk oversloeg. Ze was gemeenteraadslid in Ganshoren en toen we trouwden, moesten we kiezen wie zijn mandaat zou opgeven. Zo zijn we in Kortenberg beland. Ze kende de politieke wereld zo goed, dus fungeerde ze perfect als klankbord, tijdens mijn engagement op het kabinet en later als burgemeester. Tot aan haar overlijden in 2013 stond ze me daarin bij.”

Is het voor jongeren belangrijk om zo’n klankbord te hebben?

“Het is cruciaal dat je partner begrip heeft voor de ontzettend complexe taak waar een jonge politicus voor staat. Eigenlijk is het absurd moeilijk voor jongeren om politicus te zijn. Je moet je inwerken in dossiers die steeds complexer worden. Je moet zorgen dat je je omgeving binnen de partij overtuigt van je talenten. Dan moet je nog een manier vinden om derden te overtuigen van je kwaliteiten en op je te stemmen. Dat betekent dat je een manier moet vinden om de ideeën en idealen die je wil doorgeven en verwezenlijken te vertalen op een manier die mensen kunnen begrijpen en aanspreken. Tot wanneer je verkozen bent, binnen een coalitie aan beleidsvorming doet en je plots weer diplomatisch moet zijn.”

U bent ook voorzitter van de provincieraad. Hoe bent u daar terechtgekomen?

“Per ongeluk (glimlacht). In 2000 viel er plots iemand van de lijst en de voorlaatste plaats viel open. In dezelfde verkiezingen zijn we in de gemeente in de oppositie terechtgekomen, waar ik vreselijk door ontgoocheld was. Enkele dagen later kreeg ik telefoon van het CVP-secretariaat met gelukwensen, waarop ik erg boos werd. Bleek dat ik was verkozen in de provincieraad (lacht).”

Ziet u nog een toekomst voor de provincies?

“Ik heb geleerd dat de provincie als regisseur van het streekbeleid een interessant beleidsniveau is. Of Vlaanderen nu decentraliseert of gemeenten intercommunaliseren: een streekbestuur op tussenniveau heb je gewoon nodig. De provincie is democratisch gelegitimeerd, in tegenstelling tot de intercommunales: dat zijn zeer ondoorzichtige structuren met weinig directe controles. Slank de provincies af, haal dubbele bevoegdheden weg in functie van het meest geschikte niveau, maar de provincie is cruciaal als regisseur van het streekbeleid.”

“De wijziging die men nu heeft doorgevoerd, waarbij persoonsgebonden materies naar Vlaanderen verhuizen en de grondgebonden materies een provinviale bevoegdheid blijven, is nonsens. Heel veel bevoegdheden zijn gemengd. Het provinciaal domein van Kessel-Lo is bijvoorbeeld grondgebonden, maar wat met het zwembad dat er staat? Moeten we dat dan door Vlaanderen laten beheren? Dat is gewoonweg absurd.”

U belandde als burgemeester in de oppositie. Heeft u getwijfeld aan uzelf of uw engagement?

“Ik heb zeker getwijfeld aan mezelf. Na zes jaar schepen en zes jaar burgemeester in de oppositie geraken, dat is als kapitein plots matroos worden. Mijn persoonlijke score was beter dan voordien, maar als partij verloren we. Ik heb daar veel uit geleerd. Mijn engagement werd uitgeklaard, want na twaalf jaar aan macht wordt die vanzelfsprekend. Macht is altijd gemandateerd, dat moet je verdienen. Aan de andere kant leer je ook wie je echte vrienden zijn. Veel mensen kenden me plots niet meer en werden heel goed bevriend met de nieuwe machthebbers. Dat deed geen deugd, maar heeft me wel de ogen geopend. Ik kijk nu anders naar relaties en authenticiteit. Mensen apprecieerden wel dat ik niet als nukkig kind ben opgestapt en dat ik sindsdien veel minder berekend met mensen omga. Dat is ook de grote verdienste van mijn vrouw. Zij had een enorm EQ en kon door mensen heen zien. Dat de hele groep is kunnen terugkeren, bewijst dat gedrevenheid en gebondenheid met gemeenschap en verenigingen werkt.”

Heeft u nog advies voor jongeren?

“Het politiek engagement moet starten vanuit een vorm van verontwaardiging. Politiek vanuit een comfortidee of carrièreplanning levert nooit voldoende kracht of volharding om door te gaan. Het gevoel van verontwaardiging over situaties in de samenleving die aantoonbaar slecht zijn, en die dan willen veranderen vanuit een gevoel van rechtvaardigheid, is voor mij de drijfveer van politiek. Waar we voor staan, vinden we terug in de idealen van de Franse Revolutie. Liberté wordt het sterkst verdedigd door de liberalen, égalité door socialisten en fraternité door christendemocraten. Wij bepleiten zelfemancipatie, maar ook verantwoordelijkheid tegenover anderen, zeker zij die het moeilijk hebben. Wij zijn de mensen van de broederlijkheid: iedereen is uniek, elke mens telt en is waardevol, maar tegelijk kunnen we niet gelukkig zijn zonder anderen gelukkig te maken. Het personalisme, het respect voor mensen en de duurzaamheid moeten we blijven beklemtonen als kern van ons engagement.”

“Als de schil rond onze bestuurervaring eraf gaat en mensen zien terug het engagement en de originele kracht van datgene wat ons beweegt, gaan we terug een bloeiende politieke beweging worden. Dat is de taak van de jongeren. Het is niet aan de oudere generatie om aan de jongere generatie antwoorden te geven. De oudere generatie moet de jongeren de juiste vragen laten stellen.”

Wie goed kijkt ziet onderaan de foto een egel, toen het symbool van de CVP-Jongeren