“Het gaat over WIJ, niet over wij-zij”

Interview Nahima Lanjri

Dinsdag 22 december 2015 — Iemand die zelden een blad voor de mond neemt is Nahima Lanjri, CD&V-Kamerlid. We peilden even naar de kwaliteit van het asielbeleid, haar eigen activiteit en de Antwerpse staat van paraatheid.

Hoe kijkt u tegen de vluchtelingencrisis aan?

“Ik wil eerst benadrukken dat we nu vooral te maken hebben met oorlogsvluchtelingen. Mensen die de gruwel van de oorlog ontvluchten, zoals onze grootouders de gruwel van de wereldoorlogen ontvlucht zijn. Deze mensen lopen gevaar en hebben recht op onze hulp. We zijn dat niet alleen wettelijk, maar ook moreel verplicht. Uiteraard gaat het om een gedeelde verantwoordelijkheid. We moeten de  Europese buitengrenzen bewaken, maar echte vluchtelingen ook opvangen, met álle lidstaten. Een realistisch en evenwichtig spreidingsplan is daartoe de sleutel.  Daarnaast moeten we hulp bieden aan landen met veel vluchtelingen en vooral de oorzaken van de vluchtelingenstroom, het geweld en de terreur in de herkomstlanden,  aanpakken.

 

Reageert de regering adequaat op de vluchtelingencrisis?

In ons land  zijn we  erin geslaagd om op zeer korte tijd heel wat opvangplaatsen te creëren. Van 16.000 opvangplaatsen zijn we op een paar maanden tijd naar het dubbele gegaan. Door de snelle toename blijken er toch enkele moeilijkheden te zijn. Bij de DVZ kan men niet iedereen onmiddellijk registreren en daarom  stuurt men mensen vaak naar pre-opvang. Ook de gewone opvang zit propvol, vandaar de nieuwe oproep naar de lokale gemeentebesturen om mee te werken. Bovendien leggen we nu de laatste hand aan een spreidingsplan. Liefst vrijwillig, maar als het noodzakelijk is, wordt het verplicht.”

 

Zullen er dan sancties volgen?

(beslist) Ja. Ik stel vast dat de meerderheid van de gemeentebesturen vrijwillig meedoen, maar je hebt er enkelen die blijven weigeren. Voor hen is het helaas nodig dat je een stok achter de deur hebt, dus er komen ook financiële boetes. Wat voor ons telt is het resultaat, een evenwichtige spreiding doorheen het hele land. We vragen dat ook op Europees vlak: andere landen moeten hun verantwoordelijkheid nemen.”

 

Het Junckerplan gaat over 160.000 vluchtelingen. Is dat plan achterhaald?

“Het plan van Juncker is vooral een verlichting van het aantal vluchtelingen die in Italië en Griekenland toekomen. Van de 160.000 vluchtelingen moeten wij er 5.800 overnemen. Daarnaast zijn er de vluchtelingen die bij ons asiel aanvragen. Dat zijn er inmiddels bijna 30.000. De Europese Commissie verwacht tot 3 miljoen nieuwkomers in de periode 2015-2017. Dat is een bevolkingstoename in Europa van 0,4%. Dat is veel, maar in vergelijking met 60 miljoen vluchtelingen wereldwijd, eerder weinig. 86% van de vluchtelingen komt niet naar het Westen, maar zitten in de ontwikkelingslanden of hun eigen regio.”

 

Zeker verhoudingsgewijs…

“In Libanon is een vijfde van de bevolking vluchteling. Stel dat we in eigen land zo’n 40 à 50.000 mensen opvangen, zit je nog niet aan 0,5%. Dat neemt niet weg dat we niet gewoon waren om zoveel mensen op zo’n korte tijd op te vangen.”

 

In het begin van de legislatuur werd er ook op Asiel en Migratie bespaard. Was de regering niet vooruitziend genoeg?

“De voorbije jaren hebben we de asielaanvragen zien dalen. Toen werd afgesproken om het aantal opvangplaatsen af te bouwen, met behoud van bufferplaatsen. Theo Francken was er misschien vanuit gegaan dat hij de dalende lijn van Maggie De Block kon voortzetten. Hij is nu natuurlijk totaal verrast, maar dit kon iedereen overkomen. Een minister heeft weinig impact op de vluchtelingenstroom. CD&V heeft er steeds op aangedrongen om rekening te houden met de internationale context, zoals de onstabiele situatie in het Midden-Oosten. Je moet voldoende capaciteit houden om eventuele schokken op te vangen.”

 

Om van immigratie een positief verhaal te maken, is samenwerking vereist. Hoe bent u zelf bij betrokken bij het beleid tussen de verschillende domeinen?

“In de partij ben ik samen met Ward Kennes (Vlaams parlementslid, nvdr) covoorzitter van de werkgroep Asiel & Migratie. De Vlaamse regering zorgt voor taal- en inburgeringscursussen. We willen van integratie een wintegratie maken: het moet een win-winsituatie zijn. Als nieuwkomers de taal kennen en werken, zullen zij ook bijdragen aan de sociale zekerheid. Vandaar dat, dankzij minister Kris Peeters, asielzoekers na vier maanden werk kunnen zoeken, in plaats van zes. Erkende vluchtelingen mogen direct aan de slag.”

 

Recent bleek dat op CD&V-kabinetten het minst medewerkers van allochtone origine werken. Heeft u dat intern al aangekaart?

“Dat heb ik gedaan, maar dat is een beeld dat op een bepaald moment in de kranten is gekomen. Er zijn er wel een aantal. Ik hoop dat de situatie verbeterd is en dat we het goede voorbeeld geven naar diversiteit, op voorwaarde dat ze daarvoor de capaciteiten hebben. Dat blijft belangrijk. Je wil vooral de lat niet lager leggen.”

 

In het verleden pleitte u voor betere ondersteuning van niet-begeleide minderjarige vluchtelingen. Welke steen hebt u in de rivier verlegd?

“Mijn beide wetsvoorstellen over dit thema werden aangenomen.. Als gezinshereniging onmogelijk blijkt, kan het kind een verblijfsvergunning krijgen, voor het 18 is. Met mijn wetsvoorstel willen we jongeren maximaal beschermen en steeds uitgaan van het belang van het kind.”

“Het tweede wetsvoorstel is dit jaar goedgekeurd. Vroeger zorgde de voogd voor de administratie. Dan moest er worden gekozen tussen asiel en de bescherming uit mijn eerste wet, waarna vaak de verkeerde keuze werd gemaakt. Wanneer de vluchteling een negatief advies kreeg, was men soms bijna 18. Bijgevolg kon men geen beroep meer doen op de beschermingsclausule. Om dit te verhelpen, mogen beide procedures nu gecombineerd worden. De overheid onderzoekt zelf wat de beste oplossing is.”

We moeten de  Europese buitengrenzen bewaken, maar echte vluchtelingen ook opvangen, met álle lidstaten. Een realistisch en evenwichtig spreidingsplan is daartoe de sleutel

U bent natuurlijk goed geplaatst in Antwerpen als zeer betrokken politicus. Onlangs zei de Antwerpse OCMW-voorzitter dat Antwerpen vol zit en geen vluchtelingen meer kan opnemen.

(beslist) Ik heb daarop direct gereageerd dat zulke uitspraken niet kunnen. Dit vind ik een verkeerd signaal. Elke gemeente en stad moet in functie van de draagkracht iets kunnen doen. Ik weet dat heel wat vluchtelingen na hun erkenning de stad intrekken, maar je kunt perfect een systeem uitwerken waarbij je rekening houdt met die erkende vluchtelingen. Ik vind het heel knap dat Sijsele, een dorp van vijfduizend mensen, vijfhonderd mensen opvangt.”

 

Natuurlijk doet Antwerpen al redelijk veel, in vergelijking met een aantal andere steden. Als we dat vergelijken met Geraardsbergen, waar de situatie…

(onderbreekt) Dat klopt, maar ik zeg ook niet dat Antwerpen niets doet. Ik ben niet naïef. Antwerpen heeft al een opvangcentrum, Geraardsbergen nog niet. Antwerpen heeft veel erkende vluchtelingen waarvan een deel ook leefloon krijgen, maar daar kun je rekening mee houden in het spreidingsplan. Zeggen dat je niets doet, is een brug te ver. We vragen aan andere gemeentebesturen, ook Geraardsbergen, dat zij ook hun verantwoordelijkheid opnemen.”

 

In Antwerpen heeft CD&V het niet gemakkelijk. De peilingen zijn behoorlijk desastreus. Hoe gaan we dat aanpakken in 2018?

“Ik denk dat het vooral van belang is dat wij veel meer van ons laten horen. Ik zit zelf niet meer in de gemeenteraad, maar wel in de districtsraad. Dat was een bewuste keuze, omdat ik geloofde dat we apart moesten opkomen als CD&V.”

 

Dus geen stadslijst meer?

“Neen. Ik heb geen problemen om met andere partijen samen te werken, maar ik vind dat je je gezicht moet tonen. Je moet tonen wie CD&V is, en dat is niet eens opkomen met de ene en dan de andere partij. CD&V mag toch wel haar eigen profiel hebben, dat in Antwerpen meer getoond moet worden.”

“Tegelijk moeten we absoluut werken aan de vernieuwing en de verjonging. Ik zie dat nu gelukkig wel gebeuren, zowel in het partijbureau als in de districten. Nu moeten we ervoor zorgen dat we die mee in beeld krijgen. We moeten ons “WIJ-verhaal” in de stad echt meer brengen. Als we spreken over de stad, Antwerpen, Borgerhout of Ekeren, dan moet het gaan over iedereen die daar woont. Dan gaat het zowel over Maria of  Jos als over Jamal of Fatima. Zij moeten er ook bij zijn, gewoon omdat ze mensen zijn van hier. Ook al is het verleden soms verschillend, de toekomst is gedeeld. Het gaat over WIJ, niet over wij-zij.”

 

Het verhaal van wintegratie in de praktijk.

(lacht) Inderdaad.”

 

Bron foto Kamer: © Belga