Eric Van Rompuy en Wim Soons

Maandag 8 juni 2015 — Met de in maart verkozen Wim Soons (30) is JONGCD&V toe aan haar twintigste nationale voorzitter. Hij liet vooralsnog geen steek vallen. Iemand die als jongerenvoorzitter wél wat liet vallen, met name een regering, is Eric Van Rompuy (65). Hij was voorzitter van 1977 tot 1983 en zo de waakhond van premiers Tindemans, Vanden Boeynants, Martens en Mark Eyskens. Tijd voor een dialoog tussen twee politieke generaties.

Wim, jij bent het jonge veulen aan de tafel. Hoe beleefde je je eerste weken als voorzitter?

Wim Soons: “Het is een droomjob, maar de eerste weken waren wel heel druk. In het begin moet je je focussen op het organisatorische: coöptatie, planning van het werkjaar, taakverdeling binnen het Bureau en onmiddellijk de organisatie van een aantal activiteiten mee opstarten… het is het een na het ander. Het politieke, zoals het bijhouden van de media en inpikken op twitter, belandde dan jammer genoeg wat op de tweede plaats. Gelukkig keerde dat weer om. Eens het organisatorische bolt, kan je meer aan politiek doen.”

 

We hebben het geluk uit een faire campagne te komen. Hoe was het klimaat bij jou, Eric, toen je in 1977 werd verkozen?

Eric Van Rompuy: “We kwamen uit een periode dat de CVP-Jongeren in de Belgische politiek een grote rol speelden. In het voorgaande Bureau zaten drie belangrijke figuren: Jan Huyghebaert als voorzitter, mijn broer Herman als ondervoorzitter en Luc Van den Brande. De eerste twee werkten samen op het kabinet van Leo Tindemans, die toen premier was. Alle drie stopten ze in ’77, waardoor er een vacuüm ontstond en een nieuwe generatie moest aantreden. Er heerste ook wat onvrede bij de jongeren: na de revolutionaire periode onder Martens, kwamen de jongeren te snel in het establishment terecht. Zelf had ik er nooit aan gedacht voorzitter te worden, want Herman was al aan de top en slechts twee jaar ouder dan ikzelf. Er heerste toen wat scepsis rondom mij: omdat ik de broer was van Herman, ging er waarschijnlijk niet te veel veranderen. Tijdens de campagne werden er debatten gevoerd in 17 arrondissementen. Ik won uiteindelijk met 70%. Ik had me toen al geëngageerd om niet op een kabinet te verzeilen en was een uitgesproken tegenstander van het Egmontpact.”

 

“We moeten als jongeren duidelijkere standpunten durven in te nemen. Nu zijn we soms vager dan de moederpartij, en dan is het heel moeilijk als beweging je stem te laten klinken” – Wim Soons

 

Dat jongeren te snel in het establishment verzeild geraken, is inderdaad een vaker gehoorde kritiek. Wim, wat ga jij eraan doen om aan die lokroep te weerstaan?

Wim: “Ik merk binnen de beweging vooral de vraag naar meer en duidelijkere positionering, zowel naar de media toe als intern. Als jongerenbeweging blijft het dan ook zoeken naar de inhoudelijke verschilpunten met de moederpartij. Als we over standpunten overeenkomen is dat leuk, maar dan heeft communicatie vanuit JONGCD&V minder meerwaarde. Vandaag is de lijst aan punten waarop wij uitgesproken met de partij verschillen eerder beperkt. Waar we ons de voorbije jaren wel op profileerden, was GAS en de federale kieskring. Om ons als beweging ten aanzien van de partij te kunnen positioneren, is het belangrijk om heldere standpunten te durven innemen op onze nationale raden en congressen. Nu zijn wij soms vager dan de moederpartij. Dan is het ook moeilijk om als beweging je stem te laten horen.”

 

Standpuntbepaling wordt bij JONGCD&V hoog in het vaandel gedragen, met het jaarlijks congres als hoogtepunt. Wat was vroeger de methode om de stempel te drukken binnen de moederpartij?

Eric: “Een sterke interne werking is de basis. Naast het congres en de werkgroepen, organiseerden we studiedagen. In die tijd was onze studiedag over migrantenstemrecht in Borgerhout revolutionair. Dan hadden twee fora: het eerste was de maandelijkse Nationale Raad van de CVP, over de concrete actualiteit. Stof tot discussie was er genoeg, ten tijde van sociaaleconomisch rampbeleid. Budgetten ontspoorden, de werkloosheid steeg en de frank werd gedevalueerd. Dan de communautaire discussies, de rakettenkwestie… op een aantal thema’s zaten we op een andere golflengte dan de moederpartij. Na de partijraden stuurden we dan communiqués uit naar Belga, die we op maandag in de krant teruglazen. Wilfried Martens was daar niet blij mee: hij vond dat jongeren zich meer met inhoud moesten bezighouden en niet zozeer met de actualiteit.”

“Het tweede forum bestond uit de partijcongressen. Niet alleen hadden we meer regeringsdeelnames, ook inhoudelijke congressen werden frequenter georganiseerd. Die congressen werden steeds druk bijgewoond, ook door de media. Met onze amendementen zorgden we voor de inhoudelijke inbreng. De positie die de jongeren toen innamen, is echter onvergelijkbaar met die van vandaag.”

 

Wim: “In een periode dat de moederpartij 30 à 40% haalt, zullen jongeren ook meer aandacht krijgen dan nu, in een versnipperd politiek landschap. Inhoudelijke congressen vinden vandaag ook minder plaats. Nochtans is de dynamiek van zulke congressen is voor jongeren het summum, zowel inhoudelijk als retorisch. Daar moeten we, wat mij betreft, meer naar terug. Innesto was een goede ervaring voor onze jongeren, maar enorm veel hebben we daar inhoudelijk niet kunnen verwezenlijken. Onze partijcongressen, zeker in verkiezingstijd, zijn vaak heel braaf. Als partij mogen we niet te defensief denken: het zijn ook de momenten waarop personen zich kunnen laten zien aan de partij. Eén van de grote verdiensten van Innesto was dat de militanten wakker en geënthousiasmeerd werden. Ze lieten echt hun stem horen. De komende jaren moet er absoluut opnieuw een inhoudelijk partijcongres georganiseerd worden.”

 

Waar Eric op een congres durfde uithalen naar het FDF en de PS, zullen we jou dus weleens horen over  sp.a en de N-VA.

Wim: “Op inhoudelijke congressen zullen we vooral inhoudelijk werken, maar je mag geen schrik hebben om ook je coalitiepartners te bekritiseren als het nodig is.”

Eric: “Je moet als JONGCD&V je coalitiepartners niet ontzien omdat ze in de meerderheid zitten. Wij hadden zelden kritiek op de partij, wel op de regeringen waar we in zaten. Niemand heeft ons ooit beschouwd als dissident, wel integendeel. We wilden het christendemocratisch geweten zijn. Het is goed dat er een ethisch congres op komst is. Als jongeren moeten je durven vooruitlopen op de partij. Dat vind ik erg belangrijk.”

Wim: “Ik voel binnen de partij weinig goesting om de ethische thema’s aan te kaarten. De uitkomst van zo’n discussie hangt af van de beweging en is dus altijd wat onvoorspelbaar, maar we hebben daar wel een positie in te nemen, die wat kan afwijken van de anderen. Sommigen willen ethische thema’s puur wetenschappelijk benaderen, los van de mens en zijn concrete naasten, maar dat is te kort door de bocht. Anderen, zoals het Vlaams Belang, zijn dan weer ultraconservatief. De christendemocraten hebben hierin een unieke positie in het Vlaamse partijlandschap.”

Eric: “Ik denk dat elke jongerengeneratie zelf moet uitmaken hoe ze zich positioneert. De media zijn ook veranderd. Vroeger was er de krant en de radio, maar via internet en social media heb je vandaag nieuwe manieren om je standpunten te verwoorden. Je moet vooral dúrven. De berekening mag nooit zijn hoe ministers iets gaan aanvoelen. Ik merk dat ook bij parlementairen. Een jongerenpartij moet niet te veel rekening houden met wat er zich in de achterkamers afspeelt, maar vanuit een christendemocratische overtuiging handelen. En toch geen dissident willen zijn. De jongeren hebben de troef van de onafhankelijkheid. De partij aanvaardt dat ook van haar jongeren. We bezitten de christelijke deugd van de vergevingsgezindheid, als het ware.”

 

Heb je geen schrik dat bepaalde uitspraken je later kunnen worden aangewreven?

Wim: “Als je domme dingen zegt, gaan ze je die altijd aanwrijven. En natuurlijk wil ik samen met mijn Bureau de juiste analyses maken. Wat ik de komende twee en liefst vier jaar vooral wil doen, is met onze jongeren maximaal onze stempel drukken. Natuurlijk moet nog blijken wat de stijl van mijn Bureau daarin zal zijn.”

 

“Jullie zijn een nieuwe generatie en dat is de rijkdom van de partij. Een partij die niet regelmatig nieuwe mensen naar voren schuift om inhoudelijk de bakens te verzetten, die sterft af” – Eric Van Rompuy

 

Tijd voor een prikkelender vraagje. Eric heeft destijds de eerste regering-Martens laten vallen. Zou het verstandig zijn om vandaag nog zo drastisch te werk te gaan?

Eric: “Als een regering valt, weet je electoraal nooit wat de gevolgen daarvan zullen zijn. Kijk maar naar 2010, toen Alexander De Croo er de stekker uittrok. Daar zijn de liberalen niet bepaald beter van geworden. Ook wij zitten nu in een andere rol: we hebben niet langer de regeringsleider. Vroeger was het onze taak om de boel bij elkaar te houden, wat ons als centrumpartij wel lag. Die nieuwe opgave voor onze partij houdt voor een stuk ook risico’s in, maar ze is noodzakelijk. We moeten erover waken dat we ons niet laten meeslepen door een links-rechtsdiscussie, of dat standen tegen elkaar gaan opboksen. Daar ligt de rol van de jongeren: ze moeten standenloos zijn. Vroeger werden zij ‘de vierde stand’ genoemd, ‘les sans-familles’. Tindemans, Swaelen, Martens, de Van Rompuys,… allemaal waren ze zo. Achteraf kan je wat meer hier en daar gaan aanleunen. Boven alles zijn we christendemocraat.”

Wim: “De uitdaging als centrumpartij is om de komende jaren te groeien. Anders kan je niet boven de mêlee staan. Als jongeren moeten we daarbij opnieuw tot de harten spreken en de oprechte verontwaardiging belichamen. We moeten dat ook durven kaderen: zo blijven de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg een groot probleem, maar de christendemocraten hebben er wel voor gezorgd dat dat budget op vijf jaar tijd met 30% gestegen is. Dat is een enorme verwezenlijking. Je moet de fierheid hebben om zoiets te verkondigen.”

“Wij zijn ook een partij waar iedereen rond de tafel zit. Vroeger ging dat over het traditionele beeld van de jaren ’70 met werknemers en werkgevers, vandaag bestaat de uitdaging er onder meer in om meer Vlamingen van buitenlandse origine aan te spreken. Als volkspartij kunnen we het ons niet permitteren dat grote groepen in de samenleving sterk ondervertegenwoordigd zijn in onze partij.”

 

“De komende jaren moet er absoluut opnieuw een inhoudelijke partijcongres georganiseerd worden. Zo’n moment enthousiasmeert heel je beweging!” – Wim Soons

 

Een toenemend fenomeen in de politiek is de macht van de partijen, ten koste van de wetgevende macht. Ik zit hier duidelijk tegenover twee geëngageerde christendemocraten, ieder in zijn rol. Kunnen jongeren en parlementairen elkaar niet vinden in de bekamping van de particratie?

Eric: “Parlementslid en jongere zijn is volgens mij een totaal andere rol. In een parlementaire fractie moet de meerderheid gesteund worden, wetsontwerpen geschreven, begrotingen goedgekeurd en elke donderdag bij Linda De Win zien dat de regering overleeft (lacht). De jongerenbeweging is anders: die moet ideeën aanbrengen en de partij bij de les houden. Zij kunnen standpunten innemen zonder zich daarbij te veel van anderen aan te trekken. Jongeren kunnen volop denken aan wat belangrijk is voor de ideologie, maar geen conflict opzoeken om het conflict. Om een concreet voorbeeld te geven: parlementairen moeten de belastingsverschuiving afdwingen, jongeren moeten kunnen uitleggen waarom die tax shift nodig is. De jongeren moeten bakens vooruitwerpen, waar de partij zich desgevallend aan kan optrekken.”

Wim: “Als jongeren heb je de rol om dingen te benoemen die anderen om bepaalde redenen niet kunnen, maar informatie-uitwisseling tussen fracties en jongeren is wel belangrijk. Jongeren moeten weten waar de klepel hangt, en de verzuchtingen van parlementairen kunnen een waardevolle bron van informatie kan zijn. Als jongeren kunnen wij soms immers meer ‘zeggen’ dan hen.. hoewel  Eric weldegelijk heel veel durft uitspreken, natuurlijk (lacht).”

Eric: “I did it my way. Maar dat is iets wat ieder voor zich moet uitmaken. Jullie zijn ook een nieuwe generatie en dat is de rijkdom van de partij. Een partij die niet regelmatig nieuwe mensen naar voren schuift om inhoudelijk de bakens te verzetten, die sterft af. In de partij kun je je als jongere veel permitteren. Ik ben daar een voorbeeld van.”