Er zijn geen ‘quick wins’

Edito vluchtelingencrisis

Dinsdag 22 december 2015 — Beste lezer,

De eindejaarsperiode is mijn favoriete tijd van het jaar. De hypercommerciële kerstsongs, gezellig onder een dekentje in de zetel zitten, dat ene jenevertje te veel op de Brusselse kerstmarkt,… het hoort er allemaal een beetje bij. Kerstmis is voor velen het moment bij uitstek om de rat race van het leven even stop te zetten en simpelweg te genieten van de aanwezigheid van familie en vrienden, de geborgenheid en het besef dat wij het hier zo goed hebben. Een tijd van introspectie ook, wat zich bij sommigen vertaalt in het oplijsten van goede voornemens om dan gewoon te doen waar we reeds mee bezig waren, of hetgeen niet doen wat we eigenlijk wilden doen. Ik steek alvast de hand in eigen boezem.

Het is geen toeval dat dit ook voor de inkomsten van goede doelen, ngo’s en non-profitorganisaties hoogdagen zijn. We denken al gemakkelijker aan mensen die het minder goed hebben dan wijzelf, en zijn sneller bereid een kleine bijdrage te leveren – een goedbedoelde, maar misschien wat patriarchale gewoonte. Vroeger betaalden we een aflaat aan de Kerk en konden we ongedwongen verder zondigen, vandaag storten we een rond bedrag op een anoniem rekeningnummer en creëren we de illusie de wereld weer wat beter te hebben gemaakt. Ik steek alvast de hand in eigen boezem.

Een tsunami in Indonesië of een aardbeving in Haïti is nog ver genoeg om er de slaap niet voor te laten. De crisis waar we nu mee worden geconfronteerd, heeft echter een in your face-gehalte als nooit tevoren. Mensen op de vlucht voor geweld spoelen, soms pijnlijk letterlijk, aan onze kusten aan. Hele bevolkingsgroepen zien zich genoodzaakt – als een zwerm, zo wist de Britse premier Cameron zich uit te drukken – hun thuisland te ontvluchten en op gevaar voor eigen leven andere continenten op te zoeken. Zo laten de conflicten, die zich tot nog toe vooral afspeelden achter onze televisie- en computerschermen, zich tot in onze samenleving voelen.

Toen ons land zelf het toneel werd van gewapende conflicten, konden we rekenen op onderdak bij onze buurlanden. Misschien heb jij ook wel een grootouder die in het buitenland is verbleven? Gaston Eyskens, een van onze grootste 20ste-eeuwse politici, heeft aan zijn jeugd alvast een Nederlands accent overgehouden (en het kwam niet door een teveel aan tekenfilms).

De tijden zijn echter veranderd: vluchtelingen zijn ook vreemdelingen geworden. Het zijn geen mensen die onze of een vergelijkbare taal spreken, geen burgers die dezelfde wetten naleefden, geen bevolking die er dezelfde gebruiken op nahoudt. Ze spreken een gebroken Engels, onthouden zich van bepaalde voedingsmiddelen – stel je voor – en zijn aanhanger van een (andere) religie. Er zijn wezenlijke culturele verschillen die we moeten overbruggen. Na de economische crisis wordt ons sociaal stelsel en weefsel opnieuw getest.

Zolang de vluchtelingen hier zijn, verdienen ze een waardevolle plaats te midden onze samenleving. Hoe melig het ook mag klinken, op wintegratie moeten we volop inzetten. Die mensen zijn geen sukkelaars: veelal gaat het om behoorlijk geschoolde jonge mensen, met goesting in het leven. Niet alleen verdienen zij alle kansen, ook wij hebben enkel te winnen bij een geslaagde economische en culturele integratie, zeker nu het probleem van de vergrijzing wel erg nopend wordt. Als een partijvoorzitster beweert dat vluchtelingen minder recht hebben op sociale zekerheid, omdat we “in tegenstelling tot de Wereldoorlogen niet weten hoe lang de conflicten blijven duren”, denk dan niet te gauw “’t is weer een blauw”. In tijden van onzekerheid is elke politicus bijna wanhopig op zoek naar de juiste manier om een crisis aan te pakken. Die staat helaas niet in een handboek neergeschreven. Er zijn geen quick wins. Laten we ons in die zoektocht inspireren door rationele opinies en warme initiatieven, zoals de rede van Karel Van Eetvelt en de daadkracht van Limburg Gastvrij.

Met christendemocratische groeten,
Pieter-Jan Crombez