Als christendemocraten moeten we durven ethische oppositie voeren

Maandag 7 maart 2016 — De totstandkoming van de abortuswetgeving leverde ons even een land zonder koning op. Net als de koning verkeerde de toenmalige CVP destijds in een gewetenskwestie, maar de partij legde zich neer bij het wetsvoorstel om de regering-Martens VIII niet te doen vallen. Binnenkort blaast het abortuskind 26 kaarsjes uit. Het antwoord op de vraag of het een “gelukkige” verjaardag is, laat ik aan uw oordeel over. Bij ethische kwesties is er immers geen juist of fout antwoord. Toch heb ik als christendemocraat anno 2016 nog steeds bedenkingen bij deze vorm van zwangerschapsonderbreking en haar wetgeving.

De keuze voor een abortus mag niet lichtzinnig worden opgenomen. Abortus is en blijft bij veel vrouwen een ingrijpende gebeurtenis in hun leven. De mentale verwerking ervan vraagt veel tijd en de risico’s mogen niet onderschat worden. 12 tot 29% van de vrouwen kampen na een abortus vaak met psychische, lichamelijke en emotionele problemen. In België gaat dat jaarlijks over zo’n 2.000 à 5.000 vrouwen. Vrouwen die achteraf spijt ervaren, getuigen dat men niet altijd ingelicht werd bij de risico’s van een abortus. Nochtans staat in de Belgische wetgeving dat vrouwen die abortus aanvragen, het recht hebben om helder en volledig geïnformeerd te worden over de risico’s.

Los van de risico’s die abortus met zich meebrengt, staat ook de huidige wetgeving op wankele benen. In de wet op de vruchtafdrijving vertrekt men alleen vanuit het belang van de vrouw. Helaas wordt in de wet met geen woord gerept over medezeggenschap van de man bij de keuze voor abortus. Als laatste kunnen we ons de vraag stellen: wat met het recht van het ongeboren kind op een leven? Moet het kind het met zijn leven bekopen, omdat hij in een vrouw zit die hem niet wenst?

Verder spreekt men in de wet over de vrouw in een ‘noodsituatie’. De wet geeft jammer genoeg geen invulling aan dit begrip. Een abortus omwille van een verkrachting of ter bescherming van de gezondheid van de vrouw, daar kan men nog inkomen, maar een vrouw die omwille van carrière, materiele of financiële redenen een abortus wil doen, daar heb ik het als christendemocraat moeilijk mee. Het lijkt alsof de persoon ten koste van het materiële gaat. In een moeilijke financiële situatie moet de samenleving oplossingen voorzien.

Tot slot valt het op dat er bij een ongeplande zwangerschap alternatieven zijn. Deze opties zijn vaak niet goed uitgebouwd of zijn zelfs verboden in België. Het adoptiebeleid is nog steeds een te lange en veel te dure procedure. De overheid kan ook zijn steentje bijdragen om abortussen te doen dalen. Door meer het gebruik van anticonceptiemiddelen te bevorderen of meer steun te geven aan ouders die bij een ongeplande zwangerschap het kind wensen te houden. Want niet elke ongewenst kind verdient een abortus!

Contacteer ons

Matthias Eggermont

JONGCD&V Deinze